Wilhelminastraat 73 Eijsden

Ruim 120 jaar lokale horecageschiedenis

Het hotel-café dat tegenwoordig Le Bonheur heet, kent een lange geschiedenis met veel verschillende uitbaters. De huidige exploitanten, Walter Lambert en Chantal Pachen, zijn de elfde in een reeks die slechts onderbroken wordt door een korte periode waarin notaris Russel er kantoor hield.

Het pand werd in 1898 gebouwd aan de Langstraat, de oostelijke uitvalsweg van Eijsden. De nabijheid van het station maakte de plek aantrekkelijk om er een etablissement te vestigen. Veel van de grote woningen in Eijsden werden destijds ontworpen door Waalse architecten en vertonen de stijlkenmerken van Luikse herenhuizen. De opdracht voor de bouw van het pand werd vermoedelijk gegeven door Theo van Hoven (1823-1899), landbouwer in Mesch en in tweede huwelijk getrouwd met Maria Schoonbroodt (1840-1925) uit Aubel, of zijn gelijknamige zoon (1872-1922), in 1898 getrouwd met Maria Huijnen uit Mesch.

In 1905 nam Theo jr. het café van zijn schoonvader in Mesch over en zette zijn moeder het koffiehuis in Eijsden in haar eentje voort. Later kreeg het pand ook een hotelfunctie. In 1921 breidde Maria Schoonbroodt de boel uit om meer gasten te kunnen ontvangen. De exploitatie van dit ‘Hotel de Liège’ was destijds in handen van Colla Wassenaar (1856-1954) uit Rijckholt.

De horecagelegenheid kende vervolgens een reeks van uitbaters, totdat notaris Russel er in 1934 zijn kantoor vestigde. Vier jaar later kocht Chrétien Pachen (1904-1946) van de familie Van Hoven het pand aan de intussen tot Wilhelminastraat herdoopte Langstraat. Chrit, laborant bij de Zinkwit en verwoed fotograaf, was getrouwd met Anna Guillaumine Perot (1905-1997) uit Visé. Tot zijn huwelijk in 1932 baatte Chrit met zijn moeder Philomène en zusje Jeanne Café Pachen bij de overweg (Stationspein 2) uit.
Chrit had grootse plannen. Als secretaris van de Koninklijke Oude Harmonie van Eijsden wilde hij de vereniging aan een echte muziektempel helpen. Als zakenman had hij ook in de gaten dat er behoefte was aan een bioscoop. Hij gaf daarom aannemer Schiepers opdracht voor de bouw van een concert- en bioscoopzaal.

Op 28 oktober 1938 werd de zaal ‘Modern’ plechtig geopend. Zjiddy (1933-2004), de tweede zoon van Chrit, heeft heel wat jaren met stoelen gesleept omdat de zaal voor tal van doeleinden werd gebruikt. Tussen de voorstellingen vermaakte Zjiddy de bezoekers met pianospel. Aanvankelijk werd er bier van de lokale brouwerij De Haan geschonken en trappistenbier van brouwerij De Schaapskooi uit Tilburg, dat door de vroegere exploitant Ramakers werd geleverd. Later hing de Heinekenster er aan de muur en lichtreclame van Stella Artois; Café Modern was niet gebonden aan één brouwer, zoals dat gebruikelijk was. Na het overlijden van Chrit op 41-jarige leeftijd in 1946 zette zijn weduwe en oudste zoon Henri de zaak voort. Henri straalde, al was het nog zo druk, een en al rust uit. Voor de jeugd was er geen mooier uitstapje denkbaar dan zondag bij Pachen naar de film gaan en daarna een zak friet eten bij de jongste zoon van Chrit en Anna, Pol (1938-1965), die in 1956 rechts van de ingang een klein cafetaria annex frituur met enkele zitplaatsen opende. In 1965 sloeg de vlam er letterlijk in de pan; een felle brand liet weinig over van de frituur. Later dat jaar kwam Pol om het leven, toen hij na het uitgaan een duik in de Maas nam. Speciaal voor het bioscooppubliek kwam er na enige tijd een heuse fritesautomaat die voor een gulden à la minute een bakje versgebakken frites ‘serveerde’. En voor de liefhebbers was er ook nog ijs te krijgen. Dat werd ook door het raam aan de zijkant verkocht. Wel handig want dan hoefden de mensen niet door het café te lopen.

Auteur: Marie-Anne van der Cruijs namens Stichting Eijsdens Verleden
Redactie: Frank Hovens
  
Bron: Ton Spauwen: D’n ène cafè is d’n aandere neet (Eijsden 2011) 181-190.