Aandacht voor bijzonder kalkgrasland ‘Wiet Klieëf’

Maandag 27 september 2021

Kalkgraslanden zijn droge, voedselarme graslanden op kalkrijke bodem. Ze komen alleen in Zuid-Limburg voor en herbergen bijzondere planten en dieren die nergens anders in Nederland voorkomen. Van de oorspronkelijke oppervlakte is in Zuid-Limburg nog maar vijf procent van het kalkgrasland overgebleven. Staatsbosbeheer provincie Limburg en Vereniging tot Natuurbehoud Cadier en Keer (VTN) gaan daarom in een deel van het Savelsbos -Natura 2000-gebied Wiet Klieëf -  een open bosrand creëren. Zo krijgt kalkgrasland weer een kans om zich te vermeerderen.

Schraal kalkgrasland bijna verdwenen 

Het aantal hectare schraal kalkgrasland is in de loop van de decennia drastisch afgenomen. Van de oorspronkelijke oppervlakte is niet meer dan vijf procent overgebleven. Veel van deze graslanden zijn namelijk omgevormd tot hoogproductief grasland of langzaam verruigd door opslag van bomen en struiken. De kalkgraslanden die er nog zijn, liggen veelal geïsoleerd van elkaar waardoor zaden van planten, maar ook insecten, vlinders en andere dieren niet goed naar andere gebieden kunnen migreren.

Kalkgraslanden krijgen weer een kans

Staatsbosbeheer werkt samen met de provincie Limburg en VTN Cadier en Keer aan het vermeerderen én verbinden van de kalkgraslanden. Zij verwijderen onder andere struweel en bomen en plaggen de bodem deels af tot het punt dat de kalk weer tevoorschijn komt. Door deze eenmalige ingrepen en door het gebied de komende jaren op de juiste manier te blijven beheren (met begrazing door schapen en/of maaien), kan het Wiet Klieëf zich weer ontwikkelen tot kalkgrasland. Hierdoor krijgen bijzondere dieren en planten zoals duifkruid, borstelkrans en de purperorchis weer een kans.

De purperorchis

Kalkgraslanden verbinden door bosrandbeheer

Staatsbosbeheer verbindt vlakbij het Wiet Klieëf ook twee kalkgraslanden, genaamd de Krekelberg (Kriekelebèrg) en Wolfskop (Wowskop), met elkaar door een open bosrand te creëren. Door enkele bomen weg te halen, wordt de overgang tussen bos en weiland meer geleidelijk en komt ook de kalk meer naar boven. Door deze werkzaamheden en het juiste vervolgbeheer, ontstaan er op termijn aantrekkelijke plekjes voor vlinders, insecten en andere dieren. Bovendien kunnen deze dieren zo gemakkelijker van het ene naar het andere kalkgrasland migreren, waardoor de biodiversiteit wordt vergroot.

PAS-project

Dit project wordt gesubsidieerd door de provincie Limburg vanuit het PAS. PAS staat voor Programma Aanpak Stikstof. Een programma waarin overheden, natuurorganisaties en ondernemers samen werken aan ruimte voor economische ontwikkelingen, sterkere natuur en minder stikstof. Kijk voor meer informatie op de website van Staatsbosbeheer.