Noorbeek - Norbik

noorbeek

Noorbeek, gelegen langs de grens met België, is een typisch kerkdorp, dat van oudsher behoorde tot het land van Daelhem (België) dat tot circa 1080 zijn zetel had in 's - Graven-voeren (B). Het dorp is waarschijnlijk in de 11e eeuw ontstaan door ontginning van het beboste beekdal. Noorbeek - afgeleid van het riviertje de Noor - wordt als 'Nortbech' voor het eerst genoemd in 1144 in de Annales Rodensus.

In 1228 bij de vrede van Roermond komt Noorbeek aan Brabant. Na de Tachtigjarig Oorlog werd Noorbeek samen met het aangrenzende Mheer toegewezen aan Spanje. De bebouwing van het dorp bestond toen uit 36 huizen. Noorbeek kende mede door het terugkerend oorlogsgeweld tot aan het derde kwart van de 18e eeuw weinig of geen groei. Pas na de Spaanse Successie-oorlog, als er geruime tijd rust heerst in dit deel van de dan Oostenrijkse Nederlanden, verdubbelt het aantal huizen tot liefst 67 stuks en dat blijft ongeveer ongewijzigd tot 1835. In 1839 werd Noorbeek als onderdeel van de provincie Limburg een gemeente binnen het Koninkrijk der Nederlanden.

Op 12 september 1944 was Noorbeek de eerste Nederlandse gemeente, die door de Amerikanen van de Duitsers werd bevrijd. Een monument op de Pley herinnert daaraan.

Rond Noorbeek liggen tal van gehuchten, waarvan bijvoorbeeld het gehucht Ulvend ten dele op Nederlands en ten dele op Belgisch grondgebied ligt. De ligging in het meest heuvelachtige deel van Zuid-Limburg geeft aan, dat dit gebied geografisch behoort tot de uitlopers van Ardennen en Eifel.

Midden in het dorp domineert de parochiekerk, die toegewijd is aan de H. Brigida, een Ierse kloosterabdis uit Kildare en geboren rond 453 na Christus. De Brigidakerk, daterend uit de jaren rond 1228 en tot 1610 filiaalkerk van de parochiekerk van het thans Belgische 's Gravenvoeren en in 1568 geplunderd door de soldaten van Willem van Oranje werd in de jaren 1903-1910 gerestaureerd. De kerk is een van de weinige nog vrijwel ongerepte dorpskerkjes. In hoofdzaak is zij gotisch en geheel overwelfd met Romaanse relicten, De kerk is driebeukig en grotendeels gebouwd in mergel. Het koor is driezijdig gesloten en de toren vierkant met achthoekige ingesnoerde spits. Toren en dak zijn van leien. De kerk heeft een boeiende historie.

Het altaar dateert vermoedelijk uit de jaren 1760 en is vermoedelijk door een schrijnwerker uit Luik gemaakt. Het huidige orgel dateert uit 1852 en is gebouwd door Wilhelm Coulen uit het Duitse Heinsberg. Het werd in 1970 gerestaureerd. De jaarlijkse concerten op dit orgel zijn befaamd.

Kerk en plein worden gedomineerd door een kolossale plataan aan de zuidzijde van de kerk. Deze werd in 1870 geplant. In 1958-1959 ontstond veel rumoer rond deze boom toen een gemeentelijk besluit tot kappen voorlag. Dat besluit werd gelukkig uiteindelijk niet uitgevoerd. Rond de kerk staat verder nog een 25-tal hardstenen grafkruizen, waarvan het oudste dateert uit 1608.

Noorbeek bezit een bebouwing van enkele grote, maar vooral middelgrote hoeven, die voornamelijk te vinden zijn rond de kerk en ten oosten van de Pley. De Pley is feitelijk een verbreding van de oostwest lopende hoofdas, die gevormd wordt door de in elkaar overlopende Onderstraat, Pley, Dorpstraat en Bovenstraat

De H. Brigida is niet alleen de patrones van de parochie Noorbeek, deze heilige heeft veel meer bindingen met plaats en inwoners. In de buurtschap de Wesch, net even buiten Noorbeek, ligt de Brigidabron. Vroeger een openbare wasgelegenheid en tevens de oorsprong van het riviertje de Noor.

Het kristalheldere water uit de Brigidabron wordt door de agrariërs nog vaak benut voor het besproeien van de gewassen en als drinkwater voor het vee. De structuur van de Wesch - en ook van Noorbeek - komt nog vrijwel geheel overeen met die aan het begin van de 19e eeuw. Dit gegeven gekoppeld aan het nog in belangrijke mate historische waardevolle bebouwingsbeeld, is aanleiding geweest om zowel Noorbeek als de Wesch aan te wijzen als beschermd dorpsgezicht.

Ter ere van de H. Brigida staat direct naast de opgang naar de parochiekerk de Brigidakapel. De kapel werd in 1772 in rococostijl gebouwd. Naast de kapel wordt jaarlijks op de tweede zaterdag na Pasen de Brigidaden geplant. Volgens de overlevering is op voorspraak van de H. Brigida in 1634 een einde gekomen aan de veepest, die toen in Noorbeek heerste. Men heeft toen de belofte gedaan jaarlijks ter ere van de H. Brigida een den te planten. Deze den wordt door de ongetrouwde mannen van het dorp met paarden opgehaald en in de avonduren door de getrouwde mannen naast de kapel rechtop gezet.

Noorbeek kent een bloeiend verenigingleven met als oudste vereniging schutterij
St. Brigida uit 1622. Tijdens de zomermaanden gonst het er van de activiteiten. Voor wandelaars is Noorbeek een mooie startplaats voor korte en lange intensieve wandelingen door zowel het heuvelland van Zuid-Limburg als de aangrenzende Belgische Voerstreek. Door de hoogteverschillen kunt u genieten van ontelbaar mooie panorama's en vergezichten. Er zijn tal van wandel- en fietsroutes beschreven en aangegeven.

Wie vanuit Noorbeek richting België wandelt (langs de kerk en de plataan en dan linksaf de Boijeweg in en na de bebouwing rechtsaf) kan in het grensoverschrijdende weidegebied kennis maken met het glanrund. Een zeldzaam runderras, dat dank zijn de inspanningen van de Vereniging Natuurmonumenten in het Noordal is teruggekeerd en wel op de hoeve van de heer J. Demollin. Het glanrund, dat tot het begin van de 20e eeuw in het Limburgse heuvelland voor zowel de melk- als vleesproductie werd gebruikt, was uit ons land geheel verdwenen. Overigens werden de ossen van dit ras ingezet vanwege hun enorme trekkracht. Al in de 9e eeuw werd die functie langzaam maar zeker door het paard overgenomen, maar paarden zijn duurder in aanschaf en onderhoud. Daarom bleef de os in met name de armere streken nog tot de vorige eeuw in trek.

Met de herintroductie van het glanrund wil Natuurmonumenten een bijdrage leveren aan het instandhouden van een zeldzaam ras in zijn oorspronkelijke leefgebied en daarmee een verdwenen waardevol cultuurhistorisch element in ere te herstellen.

Officieel is de naam glan-donnersbergrund, naar het riviertje de Glan en de Donnersberg in de Eifel. Dat is het gebied waar het geelkleurige rund oorspronkelijk voorkwam. Eind jaren ´70 werd het ras van de ondergang gered door de inspanningen van onder meer het openluchtmuseum in Kommern, dat samen met andere organisaties de laatste dieren bij elkaar bracht om een fokprogramma te starten. Zo ontstond een officieel stamboek.

In mei 2002 werden 10 glanrunderen naar het Noordal in Noorbeek overgebracht. In de Eifel bevinden zich thans ongeveer 1000 glanrunderen. De glankoeien zijn ongeveer 140 cm groot en wegen tussen de 600 en 700 kilo. De stieren zijn ongeveer 8 cm groter en wegen rond de 1000 kilo. Kenmerkend voor de glanrunderen is hun gehardheid, hoge vruchtbaarheid, probleemloos afkalven en sterk gestel.

Speciaal voor de herintroductie van dit ras hebben Natuurmonumenten, veehouder Demollin en de Vlaamse natuurbeschermingsorganisatie Natuurpunt besloten om een bijzondere samenwerking aan te gaan, waarbij aan elkaar grenzende gebieden aaneengesloten worden tot één grensoverschrijdend natuurgebied van ongeveer 120 hectare met één kudde glanrunderen als grazers. Voor de recreanten wordt dit gebied door Natuurmonumenten in samenwerking met de gemeente Margraten nog verder ontsloten dan nu reeds het geval is.

Gemeentehuis Margraten (Op afspraak)

  • Amerikaplein 1, 6269 DA Margraten
  • Vandaag: 09:00 - 12:00
  • Morgen: 09:00 - 12:00

Servicepunt Eijsden (Op afspraak)

Receptie KCC Margraten