In voorraad: vooruitblik op de raadsvergadering van 10 februari
De laatste raadsvergadering voor de gemeenteraadsverkiezingen op woensdag 18 maart vindt plaats op dinsdag 10 februari. In deze In voorraad staat één raadsvoorstel centraal: de voortgang van de jeugdhulp in Zuid-Limburg door middel van een financiële bijdrage aan de Mutsaersstichting.
Mutsaersstichting
De Mutsaersstichting biedt specialistische zorg en behandeling aan kinderen, jongeren en hun gezinnen die het niet alleen redden. Het werkgebied van de stichting is breed. Van meedenken bij dringende opvoedkundige vragen tot en met de uitvoering van levensveranderende behandeltrajecten. Hoop, vertrouwen, verbinding, veerkracht en zelfstandigheid zijn daarbij de sleutelwoorden.
Herstelplan
De stichting staat financieel onder druk. Daarom is een herstelplan opgesteld. Dat bestaat uit de volgende vier punten:
1 Financieel herstel: de stichting stabiel maken door de verhoging van tarieven, kostenbeheersing en een herstructurering van de bedrijfsvoering;
2 Kwaliteitsverbetering: versterking van interne processen, bestuurlijke vernieuwing en de verdere professionalisering van de zorgteams;
3 Behoud van de zorgprofessionals: investeren in een aangenaam werkklimaat en extra scholing om zo veel mogelijk te voorkomen dat medewerkers de stichting verlaten;
4 Toekomstbestendige zorg: de stap maken naar kleinschaligere zorg aan huis of op een plek in de buurt en een sterkere samenwerking met partners in hetzelfde werkgebied.
Sterke afname zorgaanbod, lange wachttijden
Het plan is bedoeld om ook in de toekomst goede zorg en behandeling te kunnen bieden aan de zeven- tot achthonderd jeugdigen in Zuid-Limburg die hulp krijgen van de stichting. Ze hebben bijvoorbeeld complexe eetstoornissen. Anderen twijfelen erover of ze zich een jongen, een meisje of geen van beiden voelen. Weer anderen hebben angstige of verdrietige dingen meegemaakt waar ze nog steeds last van hebben. Zonder extra gemeentelijke steun neemt het zorgaanbod sterk af en ontstaan lange wachttijden. Dat is ook van invloed op de uitvoering van de wettelijke zorgplicht die gemeenten hebben. Dit op basis van de Jeugdwet.
Eigen vermogen negatief tot ten minste 2028
Voor 2026 presenteert de stichting een sluitende begroting. De verhoging van tarieven, kostenbesparingen en de verkoop van vastgoed hebben daarvoor gezorgd. Toch blijft het eigen vermogen negatief tot ten minste 2028. De stichting is dus nog lang niet waar ze zijn wil. De Zuid-Limburgse gemeenten en de Jeugdautoriteit blijven de ontwikkelingen binnen de stichting ook in 2026 maandelijks op de voet volgen. Waar nodig sturen ze bij.
Bijdrage Eijsden-Margraten € 54.122,-
Een financiële bijdrage van de Zuid-Limburgse gemeenten is sowieso nodig om het geldtekort van de stichting aan te vullen. Het totaalbedrag van die bijdrage is € 2,9 miljoen. Dat bedrag wordt verdeeld over de deelnemende gemeenten. Daarbij is rekening gehouden met het aantal cliënten per gemeente en met de verschillende zorgvormen – begeleiding, behandeling, vervoer, et cetera – die daar bestaan. Zo draagt Sittard-Geleen € 543.196,- bij, Eijsden-Margraten € 54.122,- en Simpelveld € 29.353,-.
Strenge voorwaarden
De financiële bijdrage wordt verstrekt onder strenge voorwaarden. In de eerste plaats gaat het om een eenmalige lening met hypothecaire zekerheid. En die lening kan niet worden omgezet in een subsidie. In de tweede plaats moet de stichting binnen twee jaar na verstrekking van de lening zelfstandig de juiste weg hebben gevonden naar een duurzaam financieel herstel. Als dat niet zo is, worden de zorg- en behandelactiviteiten overgedragen aan andere aanbieders. De strenge voorwaarden zijn er ook om te voorkomen dat andere aanbieders in een vergelijkbare situatie ’zomaar’ in aanmerking komen voor gemeentelijke steun.
Indeplaatsstelling voorkomen
Indeplaatsstelling door het Rijk is een duidelijk risico als de steun van de Zuid-Limburgse gemeenten niet doorgaat. Dit betekent dat de overheid in dat geval het bestuur of de taken van de stichting tijdelijk overneemt, omdat zij vindt dat die haar werk niet goed genoeg doet. Voor de gemeenten in Zuid-Limburg houdt dit in dat ze minder bestuurlijke invloed hebben, geen lokaal maatwerk meer kunnen leveren en dat ze mogelijk met hogere kosten te maken krijgen. Door zelf in actie te komen, behouden de gemeenten de controle.